Het bewaren en exporteren van je favoriete effecten kan erg handig zijn, zeker als je ze op meerdere computers wilt gebruiken.
Hoewel voor heel wat effecten in FCE de jaartjes beginnen te tellen, zijn ze nog steeds ongelooflijk nuttig. De verklaring daarvoor is eenvoudig: al die effecten kunnen veelvuldig aangepast worden. Elk effect komt met een hele batterij parameters die je naar hartelust kunt instellen om zo een unieke weergave te maken. Meer nog, je kunt zogenoemde ‘keyframes’ gebruiken om een effect in de loop van tijd te veranderen, waardoor je nagenoeg onbeperkte mogelijkheden hebt. Dat betekent tevens dat je al gauw uren bezig kunt zijn om een effect helemaal naar wens te krijgen, vooral wanneer je binnen het effect een veelvoud aan filters toepast, die elkaar beïnvloeden. Als je daar dan zoveel tijd in stopt, is het wel zo handig als je zulke zelfaangepaste effecten ook ergens kunt bewaren, zodat je ze in een ander deel van je film, of in een nieuw project, nog eens kunt gebruiken. Gelukkig kan dat ook en in deze workshop lees je hoe dat werkt.
1 : Selecteer een clip
Open eerst een van je projecten en dubbelklik op een clip die al in je sequence staat om hem in het viewervenster weer te geven. Klik op het tabblad ‘Filters’.
2: Voeg een effect toeGa naar de menubalk, selecteer ‘Effects>Video Filters’ en kies een of meer filters uit de lijst van beschikbare filters. Vermijd echter de filters uit het submenu ‘Matte’, aangezien die meestal clipspecifiek zijn.
3: Pas het filter aanHeb je een filter eenmaal toegevoegd, zorg dan dat de afspeelkop in de tijdlijn aan het begin van de clip staat, zodat je hem in het canvasvenster te zien krijgt. Begin met het aanpassen van de filterparameters.



